Stichting Hospice Utrecht

Ervaringen

Impressie van een vrijwilliger

365 dagen in een hospice, 24 uur per dag “Er Zijn”, dicht bij de stervenden en hun naasten, samen met collega vrijwilliger/ ster, is een ervaring die ik niet graag had willen missen.

Ook al was het voor mij 1 dagdeel in de week, de communicatie; het geschrevene, maar voor mij vooral de mondelinge overdracht tussen vrijwilligers en wijkverpleging vond ik essentieel om mijn werk goed te kunnen uitvoeren. Een fijne ervaring vond ik ook (ik werk elke donderdag tussen 15.00 en 19.00 uur) om een paar keer dienst 1 te mogen draaien; het ontwaken in “ons hospice” van de gasten, het samenwerken met de verpleging, het wassen van onze gasten( assisteren), ook zelf iemand gewassen, alsof ik iets bij mijzelf naar boven haalde, dit had ik graag bij mijn moeder ook willen doen, ’n pracht kans toch! Daarom ook ben ik als vrijwilliger verbonden aan het hospice, om het beste in mezelf naar boven te halen, maar ook bij mijn medemens. Om er zo helemaal te kunnen “zijn” voor die stervende mens en zijn naaste.

Ons prachtige pand aan de Kanaalstraat met de tuin, “een paradijs”, waar onze gasten kunnen genieten maar ook ikzelf. Elke donderdag weer binnenkomen en op de tafels weer een frisse bos bloemen of boeket te zien staan, draagt bij aan de sfeer in “ons hospice”. Belangrijk voor mij is dat ik na een dienst vol emoties en kwetsbare verhalen, dit kwijt kan bij ’t thuisfront, maar ook een luisterend oor vind bij collega’s en de bereidheid van coördinatoren om hierin ook “te zijn” voor de vrijwilligers. De ontmoeting met de vele vrijwilligers op de themamiddagen/-avonden, dagje uit, is waardevol voor mij, zo ook de thema’s op onze bijeenkomsten zijn goed en waardevol.

Het is een ervaringsverslag geworden over het afgelopen jaar, door een vrijwilliger die mede door dit prachtige werk een goede balans in zijn leven gevonden heeft.

Impressie van een vrijwilliger

1 februari 2002….8.45 uur… Kanaalstraat 200A. Dáár bel ik aan. Niemand doet open. Er was ook echt niemand. “Dat komt nooit meer voor, géén gast, géén vrijwilliger….”, dacht ik toen. Rond 11.00 uur komt onze eerste gast. Dankbaar ben ik dat ik mee mag werken aan een stukje kwaliteit van leven in de laatste levensfase van steeds weer andere (mede)mensen. Dat ik diverse mensen mag ontmoeten zoals vrijwilligers, artsen, verpleegkundigen en coördinatoren. Dat ik veel mag leren van de verschillende situaties, families, die ik tegenkom in het hospice. “Er zijn” en weer loslaten…. wat een beweging.

Dat ik me gedragen weet, dat ik terug kan vallen op vrijwilliger of coördinator als ik tegen dingen aanloop b.v. het is een voorrecht om met dit facet van leven om te gaan.

“Liefde geneest zowel degenen die haar geven als degenen die haar ontvangen”.

Menninger, 1893-1990

Wat gedachten rond “Afscheid nemen en sterven”

Je weet dat het iedere keer weer kan gebeuren en het zal nooit wennen, nooit!

Iedere keer weer is het ontroerend, emotioneel, schokkend en ieder keer weer nieuw om het mee te maken, om erbij te zijn wanneer een van de bewoners van het hospice sterft.

Je valt stil, je verstilt. Er gaat zoveel door je heen. We zullen nooit kunnen zeggen, nog aan elkaar uit kunnen leggen wat je als vrijwilliger rond het “heengaan” zoal doet.

Je bent er met datgene wat je bent en wie je bent. En heel belangrijk “hoe” je er bent. Met al je zintuigen op “scherp”. Attent, alert. Belangrijk is dat er “rust” van je uitgaat ook al ben je “van binnen” nog zo onzeker. In alle stilte de zieke mens het gevoel geven dat zij, dat hij niet alleen is.

In ons huis gaat het niet om de dood en de dode, maar het gaat om deze stervende mens.

Soms is er in korte tijd ’n intensieve band opgebouwd.

Je gaat van die mens houden, je gaat je hechten. Daarom is de dood nóóit doodgewoon.

Wanneer iemand sterft dan word je mee getrokken, mee betrokken in dat mysterieuze gebeuren. Je ziet iemand weggaan, wegglijden in ’t grote geheim.

Ons hospice……

Een plek waar de nadruk niet ligt op genezing, maar waar de dood kan worden ervaren als behorend bij het leven. Geen onderzoeken meer, geen ziekenhuisbehandelingen, maar verblijven in een huiselijke sfeer om je in een rustgevende omgeving voor te bereiden op het afscheid van het leven. De vrijwilligers willen daarbij behulpzaam zijn in de meest brede zin van het woord.

Misschien mogen wij het zo zeggen: “Wij kunnen geen dagen aan het leven toevoegen maar wel “leven” aan de dagen.

een vrijwilliger

Nabestaanden

Regelmatig ontvangen we een (schriftelijke) reactie van nabestaanden op het verblijf van hun naaste in het hospice.

Enkele fragmenten kunt u hieronder lezen.

“Ik heb altijd de neiging om weg te lopen voor de dood, maar dit huis straalt iets heel rustigs en lichts uit. En jullie doen daar allemaal aan mee. Meer kan ik niet zeggen. Als het kon had ik jullie stuk voor stuk willen bedanken! Héél véél veel dank!” (15 mei 2004)

“De sfeer bij jullie is zo prettig en warm, die maakt zo’n moeilijke periode in een leven iets makkelijker te dragen”. (20 september 2004)

“Ik heb met mijn kids een hele warme sfeer en welkom in jullie huis gevoeld. We hebben alles kunnen doen voor en met …zonder schroom te hebben.” (15 oktober 2004)

“Het afscheid nemen van een dierbare in een ‘vreemde’ omgeving zou moeilijk kunnen zijn, echter door de openhartigheid van de medebewoonsters en zorgzaamheid van de vrijwilligers en het begrip van de medewerkers van het Hospice werd het woord ‘vreemde’ al snel vervangen door ‘vertrouwde’ omgeving.

Het feit dat mijn dochters, elk op hun eigen manier daar afscheid hebben kunnen nemen van hun Oma is voor mij als ouder een zeer rijke ervaring geweest die ik aan mijn kinderen kan meegeven als het gaat over iets wat ons allen te wachten staat, namelijk de dood en het afscheid nemen van het leven……” ( 7 oktober 2004)

Impressie van een nieuwe vrijwilliger

Al negen keer ben ik aan dit stukje begonnen, wat ik schreef wilde maar niet weergeven wat ik beleef aan het werk in het hospice en alles eromheen:

de warmte, die me de eerste keer dat ik binnenkwam voor de informatieavond, al omringde;

de energie die ik meestal voel als ik weer naar huis ga na de dienst, zelfs als ik een nacht gewaakt heb;

het plezier met mensen samen te werken die allemaal zo verschillend zijn en toch dezelfde intentie hebben: het de gasten zo prettig mogelijk te maken;

de bewondering voor de coördinatoren, die moeten “dealen” met zoveel verschillende karakters en die alles weten wat er omgaat in huis;

het gevoel tekort te schieten en het schuldgevoel als je onhandig hebt staan klungelen bij de verzorging.

Om nog maar niet te spreken van mijn grote bewondering voor de gasten, die ieder op zijn of haar eigen wijze hard werken in deze laatste fase van hun leven. En ik mag daar zijn!

Wat zo’n kleine advertentie in het Stadsblad toch teweeg kan brengen! Na afsluiting van mijn werk moest ik toch iets zinvols gaan doen? Ik deed het dus voor mezelf…

Laat ik maar bescheiden en dankbaar zijn…

Afscheidswoorden van een vertrekkende vrijwilliger

“Soms is er een bocht in de weg en moet je een keuze maken. Zo is er bij mij nu een bocht en heb ik besloten om het werk in het hospice vaarwel te zeggen. Heel hartelijk dank ik iedereen voor alle collegialiteit, hartelijkheid en inspiratie. En ik hoop jullie hier of daar nog wel eens te ontmoeten”.

naar boven